McDonalds van het technisch onderhoud
'Groeien in een recessie', het is de droom van elke ondernemer. Maar hoe doe je dat? Arjan en Simon Yspeert vonden een antwoord. Zij richtten Inserva op, aan wie bedrijven technisch onderhoud uitbesteden. Het concept slaat aan: de omzet groeide in drie jaar met 600%.
Simon Yspeert zag het angstbeeld al ruim voor zijn pensionering in 2000 opdoemen: duimen draaien en er af en toe op uit om met zijn echtgenote boodschappen in het dorp te doen. Nee, dat was niks voor de man die rijke ervaringen had opgedaan in productie en onderhoud en als bedrijfsmanager. Hij ging met zijn zoon Arjan, die een advieskantoor voor strategie en marketing bestiert, om de tafel zitten. Daaruit kwam het plan tot oprichting van een bedrijf dat het technisch onderhoud van industriële ondernemingen zou overnemen.
Vader en zoon Yspeert begonnen vanuit het niets, maar vertrouwden op de kracht van een goed idee. De eerste klant die, dankzij de zakelijke contacten van Simon, kon worden aangetrokken, was Nefit Industrial, de ijzergieterij van Nefit.
Gemakkelijk werd die vis niet binnengehaald. Feit is dat uitbesteding van het technisch onderhoud in 80% van de gevallen op een mislukking uitloopt. De oorzaak is dat de directie er eigenlijk niet achter staat; de cultuuromslag wordt daarom niet gerealiseerd en er is geen sprake van feitelijke verbetering van de onderhoudsprestaties.
Volgens het tweetal worden de mislukkingen vaak veroorzaakt doordat bedrijven de technische dienst alleen in naam uitbesteden. `Het uitbestede onderdeel blijft in de gebouwen op het oude bedrijfsterrein zitten. Het gevolg is dat de mensen niet veranderen, maar medewerker blijven van het oude moederbedrijf , zegt Simon Yspeert. `De bv heeft weliswaar een andere naam gekregen, maar de mensen voelen zich niet anders. Er is ook geen commerciële impuls om nieuwe klanten binnen te halen.'
De opgedane professionele ervaringen van vader Yspeert zette het tweetal aan tot een ander concept, waarbij het vooral draait om de wijze waarop Inserva zichzelf heeft georganiseerd: de overgenomen onderhoudsdienst wordt in een eigen vestiging ondergebracht. De omvang van het personeel is er maximaal zestig man, waardoor een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de uitvoerders ligt. De hiërarchie is gering, waardoor de overhead tot een minimum wordt beperkt. Deze bestaat uit niet meer dan twee lagen, een directeur en medewerkers. Maar wel met de diverse vakgebieden, zoals onderhoudsmonteur, werkvoorbereider, en projectleider.
Het gevolg is dat de klant een scherpe prijs kan worden geoffreerd. `Wij durven onze klanten een kostenbesparing te beloven van minimaal 20% tot 25%', zegt Arjan Yspeert. `Eigenlijk is het bij een traditionele technische dienst soms bijna 50%, maar dat zeggen we niet meer omdat ons dan toch niemand gelooft', vult zijn vader aan. Die omvangrijke besparing is volgens het tweetal mogelijk omdat een traditionele technische dienst 35% van zijn tijd besteedt aan noodzakelijk onderhoud, 20% aan wenselijk onderhoud en de rest aan allerlei andere zaken. `Bij ons ligt noodzakelijk onderhoud op 70% en het aantal factureerbare uren op 85%. Wij zijn de McDonald's van het technisch onderhoud', zegt het tweetal.
Naast het technisch onderhoud in de onderneming die de dienst aan Inserva heeft uitbesteed, worden door de werkmaatschappij andere klanten geworven. Idealiter wordt niet meer dan 40% van de portefeuille door één opdrachtgever gevuld. Een andere beperking is dat elke vestiging van Inserva uit niet meer dan zestig man bestaat. `Kom je daarboven, dan krijg je bureaucratie, meerdere lagen, nieuwe procedures, territoriumdrift, slechtere communicatie en dus oplopende kosten', stelt Simon Yspeert. Is de over te nemen technische dienst (veel) groter, dan wordt al snel gedacht aan de opening van een tweede vestiging.
De doorbraak voor Inserva kwam in 2002, toen een deal werd gesloten met Twentse Kabelfabriek (TKF). Het is een rijke onderneming met een uitstekende balans, die vorig jaar echter plots in het verlies dook door de crisis in de ict-sector waardoor de vraag naar kabelproducten voor Telecom en IT fors is gedaald. `Vanwege deze marktomstandigheden zijn we vorig jaar aan de slag gegaan om de organisatie lean and mean' te maken. We besloten onze onderhoudsactiviteiten uit te besteden, omdat we ze niet langer tot onze kernactiviteiten rekenen', zegt Gertjan Bezemer, technisch directeur van TKF.
Per 1 januari van dit jaar werd de technische dienst van TKF, met alle 38 medewerkers, ‘overgedaan' aan Inserva. Deze uitbesteding levert TKF dit jaar een kostenbesparing op van ruwweg €1 mln, terwijl de storingsstilstandstijden bij TKF mede door het onderhoud door Inserva in het eerste halfjaar met 40% zijn gereduceerd.
Door de deal met TKF is Inserva sinds zijn oprichting 2,5 jaar geleden, dit jaar in omvang verdubbeld naar 72 man personeel. Simon en Arjan Yspeert zijn thans in gesprek met andere grote partijen, die de recessie willen aangrijpen om zich van niet-kernactiviteiten te ontdoen.
Opvallend is dat het nieuwe bedrijf de oprichters-eigenaars nog niet veel tijd kost. `Wij beperken onze inzet tot acquisitie en strategie', zegt Simon Yspeert, die gedelegeerd commissaris is en directievoorzitter, terwijl zijn zoon holdingdirecteur is voor één dag in de week. De dagelijkse leiding van de werkmaatschappijen ligt bij de zelfstandig bevoegde onderhoudsmanagers die ook directeur zijn.
Zet deze snelle groei (€ 6 mln omzet) door, dan zal Arjan er meer tijd aan gaan besteden. De ambitie voor de komende vijf jaar is om in Noordoost Nederland tot zes werkmaatschappijen van elk zestig man te komen en 120 klanten waarvan vijf toppers. In dat geval, zegt zijn vader, moet Arjan echt aan de bak.
(Financieel Dagblad)
Simon Yspeert zag het angstbeeld al ruim voor zijn pensionering in 2000 opdoemen: duimen draaien en er af en toe op uit om met zijn echtgenote boodschappen in het dorp te doen. Nee, dat was niks voor de man die rijke ervaringen had opgedaan in productie en onderhoud en als bedrijfsmanager. Hij ging met zijn zoon Arjan, die een advieskantoor voor strategie en marketing bestiert, om de tafel zitten. Daaruit kwam het plan tot oprichting van een bedrijf dat het technisch onderhoud van industriële ondernemingen zou overnemen.
Vader en zoon Yspeert begonnen vanuit het niets, maar vertrouwden op de kracht van een goed idee. De eerste klant die, dankzij de zakelijke contacten van Simon, kon worden aangetrokken, was Nefit Industrial, de ijzergieterij van Nefit.
Gemakkelijk werd die vis niet binnengehaald. Feit is dat uitbesteding van het technisch onderhoud in 80% van de gevallen op een mislukking uitloopt. De oorzaak is dat de directie er eigenlijk niet achter staat; de cultuuromslag wordt daarom niet gerealiseerd en er is geen sprake van feitelijke verbetering van de onderhoudsprestaties.
Volgens het tweetal worden de mislukkingen vaak veroorzaakt doordat bedrijven de technische dienst alleen in naam uitbesteden. `Het uitbestede onderdeel blijft in de gebouwen op het oude bedrijfsterrein zitten. Het gevolg is dat de mensen niet veranderen, maar medewerker blijven van het oude moederbedrijf , zegt Simon Yspeert. `De bv heeft weliswaar een andere naam gekregen, maar de mensen voelen zich niet anders. Er is ook geen commerciële impuls om nieuwe klanten binnen te halen.'
De opgedane professionele ervaringen van vader Yspeert zette het tweetal aan tot een ander concept, waarbij het vooral draait om de wijze waarop Inserva zichzelf heeft georganiseerd: de overgenomen onderhoudsdienst wordt in een eigen vestiging ondergebracht. De omvang van het personeel is er maximaal zestig man, waardoor een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de uitvoerders ligt. De hiërarchie is gering, waardoor de overhead tot een minimum wordt beperkt. Deze bestaat uit niet meer dan twee lagen, een directeur en medewerkers. Maar wel met de diverse vakgebieden, zoals onderhoudsmonteur, werkvoorbereider, en projectleider.
Het gevolg is dat de klant een scherpe prijs kan worden geoffreerd. `Wij durven onze klanten een kostenbesparing te beloven van minimaal 20% tot 25%', zegt Arjan Yspeert. `Eigenlijk is het bij een traditionele technische dienst soms bijna 50%, maar dat zeggen we niet meer omdat ons dan toch niemand gelooft', vult zijn vader aan. Die omvangrijke besparing is volgens het tweetal mogelijk omdat een traditionele technische dienst 35% van zijn tijd besteedt aan noodzakelijk onderhoud, 20% aan wenselijk onderhoud en de rest aan allerlei andere zaken. `Bij ons ligt noodzakelijk onderhoud op 70% en het aantal factureerbare uren op 85%. Wij zijn de McDonald's van het technisch onderhoud', zegt het tweetal.
Naast het technisch onderhoud in de onderneming die de dienst aan Inserva heeft uitbesteed, worden door de werkmaatschappij andere klanten geworven. Idealiter wordt niet meer dan 40% van de portefeuille door één opdrachtgever gevuld. Een andere beperking is dat elke vestiging van Inserva uit niet meer dan zestig man bestaat. `Kom je daarboven, dan krijg je bureaucratie, meerdere lagen, nieuwe procedures, territoriumdrift, slechtere communicatie en dus oplopende kosten', stelt Simon Yspeert. Is de over te nemen technische dienst (veel) groter, dan wordt al snel gedacht aan de opening van een tweede vestiging.
De doorbraak voor Inserva kwam in 2002, toen een deal werd gesloten met Twentse Kabelfabriek (TKF). Het is een rijke onderneming met een uitstekende balans, die vorig jaar echter plots in het verlies dook door de crisis in de ict-sector waardoor de vraag naar kabelproducten voor Telecom en IT fors is gedaald. `Vanwege deze marktomstandigheden zijn we vorig jaar aan de slag gegaan om de organisatie lean and mean' te maken. We besloten onze onderhoudsactiviteiten uit te besteden, omdat we ze niet langer tot onze kernactiviteiten rekenen', zegt Gertjan Bezemer, technisch directeur van TKF.
Per 1 januari van dit jaar werd de technische dienst van TKF, met alle 38 medewerkers, ‘overgedaan' aan Inserva. Deze uitbesteding levert TKF dit jaar een kostenbesparing op van ruwweg €1 mln, terwijl de storingsstilstandstijden bij TKF mede door het onderhoud door Inserva in het eerste halfjaar met 40% zijn gereduceerd.
Door de deal met TKF is Inserva sinds zijn oprichting 2,5 jaar geleden, dit jaar in omvang verdubbeld naar 72 man personeel. Simon en Arjan Yspeert zijn thans in gesprek met andere grote partijen, die de recessie willen aangrijpen om zich van niet-kernactiviteiten te ontdoen.
Opvallend is dat het nieuwe bedrijf de oprichters-eigenaars nog niet veel tijd kost. `Wij beperken onze inzet tot acquisitie en strategie', zegt Simon Yspeert, die gedelegeerd commissaris is en directievoorzitter, terwijl zijn zoon holdingdirecteur is voor één dag in de week. De dagelijkse leiding van de werkmaatschappijen ligt bij de zelfstandig bevoegde onderhoudsmanagers die ook directeur zijn.
Zet deze snelle groei (€ 6 mln omzet) door, dan zal Arjan er meer tijd aan gaan besteden. De ambitie voor de komende vijf jaar is om in Noordoost Nederland tot zes werkmaatschappijen van elk zestig man te komen en 120 klanten waarvan vijf toppers. In dat geval, zegt zijn vader, moet Arjan echt aan de bak.
(Financieel Dagblad)

